
■ Configuratie
U kunt uw telefoon configureren met instellingen die nodig zijn om
bepaalde diensten te kunnen gebruiken. Het is ook mogelijk dat deze
instellingen u worden toegestuurd door uw serviceprovider. Zie Dienst
voor configuratie-instellingen op pagina 11.
Selecteer
Menu
>
Instellingen
>
Configuratie
en daarna één van de
volgende opties:
Standaardconfig.-instellingen
— om de serviceproviders weer te geven
die in de telefoon zijn opgeslagen. Als u de configuratie-instellingen van
de serviceprovider wilt instellen als standaardinstellingen, selecteert u
Opties
>
Als standaard
.
Std. activeren in alle toepassingen
— om de standaardconfiguratie-
instellingen voor ondersteunde toepassingen te activeren.
Voorkeurstoegangspunt
— om de opgeslagen toegangspunten weer te
geven. Blader naar een toegangspunt en selecteer
Opties
>
Details
om
de naam van de serviceprovider, de gegevensdrager en het GPRS-
toegangspunt of-GSM-inbelnummer weer te geven.
Verb. mt onderst. serviceprovider
— om de configuratie-instellingen te
downloaden van uw serviceprovider.
Instellingen apparaatbeheer
— om al dan niet toe staan dat updates van
telefoonsoftware worden ontvangen. Of deze optie beschikbaar is,
hangt af van uw telefoon. Zie Updates van telefoonsoftware op
pagina 69.
Persoonlijke config.instellingen
— om nieuwe persoonlijke accounts voor
diverse diensten toe te voegen en om deze te activeren of te
verwijderen. Als u een nieuwe persoonlijke account wilt toevoegen,
selecteert u
Nw tvgn
als er nog geen account is toegevoegd. Anders
selecteert u
Opties
>
Voeg nieuwe toe
. Selecteer het diensttype,
selecteer de vereiste parameters en voer deze afzonderlijk in. De
parameters verschillen per geselecteerd diensttype. Als u een
persoonlijke account wilt verwijderen of activeren, gaat u naar de
account en selecteert u
Opties
>
Verwijderen
of
Activeer
.

I n s t e l l i n g e n
68